Thea van Bokhoven

Projectleider en innovator bij Curio

Als de omgeving waarin Thea van Bokhoven werkt verandert, voelt ze zich er minder thuis. Ze vraagt zich af of ze nog op het juiste pad zit. Daarover gaat ze in gesprek met Joop van Waas. “Die gesprekken brengen rust en bieden inzicht in mijn kwaliteiten. Zo leer ik zaken los te laten en af te ronden.”

“Ik werk al lang bij Curio en altijd met plezier. Ik vind het onderwijs een fijn werkveld. Ik ontmoet veel mooie mensen en de complexiteit - en daarmee de uitdaging - is enorm. De ambitie om manager te worden heb ik nooit gehad. Ik geniet van mijn werk als projectleider. Na de fusie, zo’n vijf jaar geleden, vond een portefeuilleverschuiving plaats. Hierdoor veranderde de organisatie. Hoewel ik mijn projecten even goed opleverde, werd het enthousiasme minder. Ik raakte hoe langer hoe meer in een spagaat.”

Mezelf en mijn functie onderzoeken
“Vanaf de eerste kennismaking met Joop was sprake van wederzijds vertrouwen. Ik praat makkelijk, maar ik praat ook makkelijk ergens overheen. Joop gaf me het vertrouwen om zaken bespreekbaar te maken. Met hem ben ik mezelf en mijn functie opnieuw gaan onderzoeken. In de zin van: past deze functie? Is het nog steeds mijn ding? We hadden om de zes tot acht weken een afspraak. Daarbij kwamen steeds andere onderwerpen aan bod. Na elke afspraak nam ik de tijd om de nieuw verworven inzichten te integreren in mijn dagelijks handelen. De kracht van Joop is dat hij mij bij de les hield. Ik besefte meer en meer dat ik een goede projectleider ben, maar dat de nieuwe werkomstandigheden niet bij mij pasten.”

Sterker in mijn werk
“Ik ben geen wegloper bij problemen, dat past niet bij mij. Ik wil zaken altijd tot een goed einde brengen. Dat ging soms ten koste van mijn eigen werkplezier. Door de gesprekken met Joop heb ik geleerd om zaken op een goede manier en op het juiste moment af te ronden. Ik ben blij met waar ik nu sta. Ik ben inmiddels voor een andere sector actief. Ik merk dat ik weer sterk sta in mijn werk. Direct al bij aanvang heb ik duidelijk kunnen aangeven wat ik wel en wat ik niet kan brengen. Daarmee is mijn werk ten goede veranderd.”